Ik ga je niet vertellen
dat morgen alles beter is.
Dat weet ik niet.
Ik ga je niet vragen
om te kijken naar alles
wat je nog hebt.
Alsof verdriet
zich laat wegstrepen
tegen geluk
…Of andersom.
Maar ik kan naast je lopen.
Dan wandelen we.
Tot het licht wordt.
Je hoeft mij niets uit te leggen.
Je hoeft zelfs niet te praten.
We zetten gewoon
de ene voet voor de andere.
En als jij vandaag
het licht niet ziet,
dan zoek ik met je mee.
Dus wandelen we.
Tot het licht wordt.
Tot de nacht langzaam
zijn donker verliest.
Tot ergens boven Weert
de lucht van kleur verandert.
Tot de zon opkomt
en je gezicht raakt.
Je misschien
heel even verwarmt.
Niet omdat daarmee
alles voorbij is.
Niet omdat donker
nooit meer terugkomt.
Maar omdat je er nog bent.
Hier.
Naast mij.
En dus wandelen we verder.
Vandaag misschien
maar een paar stappen.
Morgen zien we wel.
En als het opnieuw donker wordt
en jij de weg niet meer ziet,
zoek me dan.
Dan wandelen we weer.
Samen.
Tot het licht wordt.
